Terwijl Hollywood alles liet ontploffen, koos Luc Besson voor Franse gezinsauto's, Marseillaanse snelwegen en een tempo dat aan een videogame doet denken. Van Taxi tot The Transporter: zo werd een Peugeot 406 een filmster. Als je aan de grote namen achter de filmachtervolging denkt, kom je al snel uit bij Amerikanen: Peter Yates met Bullitt, William Friedkin met The French Connection, John Frankenheimer met Ronin. Maar er is één Fransman die de achtervolging in zijn eentje een eigen, herkenbare handtekening gaf, al zat hij lang niet altijd in de regiestoel. Luc Besson.
Besson, bekend van Nikita, Léon en The Fifth Element, is bovenal een verhalenmachine. Als schrijver en producent, en via zijn studio EuropaCorp, bouwde hij een reeks franchises waarin de auto steeds de hoofdrol kreeg. Zijn recept: geen exotische supercars, maar herkenbare Europese sedans, echte snelheid, en een tempo dat nergens stilvalt.
Taxi: een Peugeot 406 wordt een ster
Het begon in 1998 met Taxi. Belangrijk om te weten: Besson schreef en produceerde de film, maar de regie was in handen van Gérard Pirès. Het scenario schreef Besson naar verluidt in dertig dagen, terwijl hij wachtte tot Columbia groen licht gaf voor The Fifth Element.
De ster van de film was geen acteur maar een auto: een opgevoerde Peugeot 406. In de onvergetelijke openingsscène transformeert pizzakoerier Daniel zijn ogenschijnlijk doodgewone taxi met een druk op de knop tot een raket, sportstuur, uitklappende spoiler, aerodynamische splitter. Wat volgt is een jacht door de straten en over de snelwegen van Marseille, met een 406 die tegen een 500 pk sterke Mercedes W124 500E opbokst en onderweg een flitspaal omverblaast.
De genialiteit zat in de keuze: de Peugeot 406 was een doodgewone Franse gezinsauto. Juist daarom kon half Europa zich ermee identificeren, dit was geen Ferrari-fantasie, maar de auto van je buurman, dan wel op steroïden.
De film kostte weinig en bracht bijna 45 miljoen dollar op. Er volgden vier vervolgen, een Amerikaanse remake en een tv-serie. En diezelfde Peugeot 406 legt een directe lijn naar een andere klassieker: in Ronin, dat hetzelfde jaar uitkwam, is de 406 juist de achtervolgende auto tegen de
BMW. Twee films, één onwaarschijnlijke Franse held.
Marseille als circuit
Wat de Taxi-achtervolgingen liet werken, was Bessons instinct om de stad zelf tot personage te maken. Marseille werd een parcours: zonovergoten boulevards, smalle steegjes, tunnels. Waar veel regisseurs op een lagere framerate filmden om auto's sneller te laten lijken, liet de productie de zwaar gemodificeerde 406 daadwerkelijk op hoge snelheid door de stad razen. Het resultaat leunt tegen het stripachtige aan, Franse humor, gierende banden, maar de snelheid is echt.
The Transporter: van BMW naar Audi
In 2002 tilde Besson zijn formule naar een internationaal publiek met The Transporter. Opnieuw schreef en produceerde hij (de regie deelden Louis Leterrier en Corey Yuen), en opnieuw stond de auto centraal. Jason Statham speelt Frank Martin, een pakjeskoerier met strenge regels en een onberispelijke Duitse sedan.
In het eerste deel is dat een BMW 735i (E38), waarmee Frank in de openingsscène met chirurgische precisie de Franse politie afschudt, Zuid-Frankrijk, opnieuw als decor. Voor de vervolgen stapte de productie over op
Audi: een A8 W12 werd Franks nieuwe wapen, met stunts die het geloofwaardige ver achter zich lieten, van het ene parkeerdak naar het andere springen, of op de velgen door een smalle spleet balanceren. Minder rauw dan Taxi, meer spektakel, maar met hetzelfde uitgangspunt: de auto is de held.
De Besson-stijl
Waar C'était un Rendez-vous draaide om puurheid en Ronin om realisme, staat Besson voor iets anders: toegankelijkheid. Zijn achtervolgingen zijn recht-voor-z'n-raap, ritmisch gemonteerd, doorspekt met humor, en altijd gebouwd rond een auto die het publiek kan plaatsen. Het is geen toeval dat critici zijn werk soms omschrijven als een kruising tussen een videogame en een tekenfilm, dat is een kenmerk, geen gebrek.
Die formule bleek eindeloos exporteerbaar. EuropaCorp goot hem uit over Taken, District 13 en talloze andere titels, en zette daarmee de toon voor een hele generatie Europese actiefilms die het qua tempo en spektakel met Hollywood konden opnemen, met behoud van een eigen, Franse smaak.
Frankenheimer wilde met Ronin een achtervolging maken die niemand nog durfde te evenaren. Besson deed iets sluwers: hij maakte de achtervolging zó toegankelijk en herhaalbaar dat iedereen het wilde proberen. Beide bereikten hetzelfde doel, de auto weer tot hoofdrolspeler maken, langs volstrekt tegengestelde wegen.