De meest Amerikaanse autofabrikant ter wereld, aldus Ford zelf, draait zijn elektrische toekomst op batterijtechnologie uit China. De Amerikaanse transportminister Sean Duffy heeft Ford publiekelijk onder vuur genomen vanwege zijn samenwerking met CATL, de Chinese batterijgigant. In een brief aan Ford-CEO Jim Farley stelt Duffy dat Ford te afhankelijk is van CATL-technologie en dat die afhankelijkheid een risico voor de nationale veiligheid vormt. Ford verwerpt de brief als feitelijk onjuist en vooral bedoeld om media-aandacht te genereren. De ruzie legt pijnlijk bloot hoe verstrengeld de westerse auto-industrie nog steeds is met Chinese leveranciers.
Het conflict draait om drie dossiers: de Marshall-batterijfabriek in Michigan, de productie van de Lincoln Nautilus in China en een recente deal met het Chinese Geely. In alle drie de gevallen ziet Washington een patroon van toenemende Chinese invloed bij een merk dat zichzelf graag verkoopt als het vaandel van de Amerikaanse industrie.
Marshall-fabriek draait op CATL-licentie
De kern van de kritiek is de fabriek in Marshall, Michigan, waar Ford LFP-batterijen bouwt voor de aanstaande elektrische Fathom-pick-up. De cellen draaien op technologie die Ford van CATL licentieert. Duffy beschreef volgens TTAC aanhoudende bezorgdheid bij het ministerie over CATL-technologie in een fabriek die al operationeel is en de productie nu opschaalt.
Die zorgen komen niet uit de lucht vallen. CATL staat in de Verenigde Staten op een lijst van bedrijven die aan het Chinese leger worden gelinkt. Duffy schreef Farley volgens Automotive World dat Ford door zijn Chinese afhankelijkheden geen betrouwbare partner is. Zware woorden, zeker voor een minister die over transport gaat en niet over defensie.
Ford ziet het anders. Het bedrijf benadrukt dat de Marshall-fabriek Amerikaans eigendom is, door Amerikanen wordt beheerd en dat de werknemers gewoon bij Ford in dienst zijn. De afspraak met CATL is volgens Ford een beperkte technologie- en dienstenlicentie, geen joint venture en zeker geen buitenlandse fabriek op Amerikaanse bodem. Dat onderscheid klinkt juridisch netjes. In de praktijk komt de kerntechnologie van je batterij dan alsnog uit China, en dat is precies waar Duffy op hamert.
Lincoln Nautilus blijft tot 2030 Chinees
Het tweede pijnpunt is de Lincoln Nautilus, die Ford in China bouwt voor de Amerikaanse markt. Duffy noemt die constructie onaanvaardbaar en eist volgens Noticias Automotivas dat de productie vóór 2030 uit China wordt verplaatst. Ford heeft eerder toegezegd de import van Chinese voertuigen voor de VS af te bouwen, maar de Nautilus blijft voorlopig gewoon Chinees.
Dan is er nog de deal met Geely. Ford sloot in juli een overeenkomst om samen auto's te bouwen in Spanje, in de fabriek in Valencia. Washington ziet dat volgens Car Expert als een Chinese strategische voet aan de grond in de Europese productie van Ford. Ford ontkent overigens dat er ooit een joint-venturevoorstel is gedaan, wat de vraag oproept wie er hier nu eigenlijk gelijk heeft over de letter van het contract.
Ook gesprekken met BYD spelen mee op de achtergrond. De Amerikaanse overheid waarschuwt dat BYD- en CATL-technologie samen Fords afhankelijkheid van China alleen maar verdiepen.
Ford vecht terug met vlag en cijfers
Ford schiet terug met een bekend wapen: de vlag. Het bedrijf claimt de meest Amerikaanse autofabrikant te zijn, gemeten aan productie in de VS, het aantal uurloonwerknemers en de export vanuit de Verenigde Staten.
Bovendien zegt Ford zijn afhankelijkheid van Chinese partners al af te bouwen, met Amerikaanse batterijproductie als onderdeel van die aanpak. Ironisch genoeg is dat precies de fabriek waar de ruzie over gaat, want die draait op CATL-licentie. Het afbouwen van Chinese afhankelijkheid met Chinese technologie is een argument dat vooral intern goed klonk.
Opvallend genoeg blijft de brief van Duffy een concrete bedreiging schuldig. Er worden volgens Car Expert geen sancties of gevolgen genoemd als Ford de waarschuwing naast zich neerlegt. Dat voedt het vermoeden dat dit vooralsnog een publieke drukcampagne is, geen beleid. Ford noemt de brief dan ook niet voor niets een mediastunt.
Toch zou Ford de boodschap niet te licht moeten nemen. De samenwerking kan gevolgen hebben voor toekomstige Ford-modellen die in de VS worden gebouwd, en in Washington worden zowel de batterijlicentie als de buitenlandse joint ventures opnieuw kritisch bekeken. Wie in Amerika auto's wil bouwen, doet er verstandig aan de politieke weersvoorspelling serieus te nemen.
Duffy wil volgens Motor1 dat Ford de banden met CATL verbreekt. Ford zegt van niet. Zolang sancties uitblijven, is dit een krachtmeting met woorden. Maar de volgende brief hoeft niet vriendelijker te zijn.