Een president die niet lobbyt voor stemmen maar voor pitstops, dat zie je ook niet elke dag.
Javier Milei heeft de FIA officieel gevraagd om de
Formule 1 terug te brengen naar Argentinië. Dat meldt Formula Passion via Vincenzo Borgomeo. De Argentijnse president stapte volgens dat artikel met een officieel verzoek naar de autosportbond, en spreekt zich openlijk uit voor een terugkeer van de koningsklasse in zijn land.
De laatste keer dat er in Argentinië om echte punten werd gestreden, was in 1998. Winnaar toen: Michael Schumacher, aldus Formula Passion. Sindsdien is de kalender gegroeid, geslonken, verschoven en volgepropt met woestijnstraten en stadscircuits, maar Buenos Aires bleef netjes buiten beeld. Dat er nu politieke druk vanaf de allerhoogste stoel komt, is op zijn minst opvallend te noemen.
Waarom die politieke steun ertoe doet
Even zonder rozegeur: een president die roept dat hij een Grand Prix wil, betekent nog geen Grand Prix. Maar in de moderne F1 is politiek gewicht bijna net zo belangrijk als asfaltkwaliteit. Circuits kosten kapitalen, vergunningen kosten jaren, en de organisatie achter de sport kijkt graag naar landen waar de overheid de deur openhoudt in plaats van dichtgooit. Dat Milei zich hier persoonlijk mee bemoeit, verandert de rekensom.
Zijn volledige steun voor het plan sprak Milei uit, meldt AS JP. En hij liet het niet bij warme woorden. De president zou ook de wens hebben uitgesproken om Franco Colapinto in eigen land te zien racen, de Argentijnse coureur die de afgelopen tijd in de F1-paddock is opgedoken. Een thuisheld op een thuisbaan, dat verkoopt zichzelf.
Groter geworden is de kans op een terugkeer van Argentinië op de kalender door die steun, volgens AS JP. Dat is de nuance die je vast moet houden: groter, niet zeker. Er ligt geen contract, geen datum, geen definitieve baan. Wat er ligt, is momentum. En momentum is in deze sport vaak het halve werk, zeker als de portemonnee van de staat meepraat.
Het romantische deel is niet te negeren. Argentinië is autosportland in hart en nieren, met een traditie die teruggaat tot de tijd van Juan Manuel Fangio. Voor de generatie die 1998 nog live zag, voelt een terugkeer als een oude liefde die aanbelt. Voor de rest van de wereld is het gewoon een spannende, chaotische, luidruchtige toevoeging aan een kalender die soms een tikje te veel op elkaar lijkende woestijncircuits telt.
Toch mag de nuchtere kant even aan het woord. Een oud circuit terugbrengen betekent niet alleen de baan opknappen. Denk aan run-off zones, vangrails, medische faciliteiten, paddockgebouwen en al het moderne veiligheidsspul waar de FIA terecht streng op is. Het Autódromo van Buenos Aires kent een rijke historie, maar historie rijdt de auto's niet rond. Daar is geld en tijd voor nodig, en beide zijn schaars.
Colapinto als de perfecte hoofdrolspeler
Dan die coureur. Franco Colapinto is precies het soort ingrediënt dat een landcomeback verkoopt. Een lokale rijder die in de echte F1 meedraait, geeft een thuisrace een gezicht en een verhaal. Zonder held is een Grand Prix een evenement; met held wordt het een nationale feestdag. Milei begrijpt die logica blijkbaar prima, want hij koppelt zijn wens expliciet aan Colapinto in Argentinië.
Of het ook echt gaat gebeuren, hangt van meer af dan enthousiasme. De F1-kalender puilt uit, elke nieuwe race moet ergens tussen bestaande wedstrijden worden gewurmd, en de concurrentie om een plekje is moordend. Landen staan in de rij met koffers vol geld. Argentinië heeft passie en geschiedenis, maar die twee betalen de rekening niet.
Wat mij betreft mag het gebeuren, en het liefst gisteren. Een echt racecircuit met karakter, een fanatiek publiek dat niet stilzit, en een lokale coureur om voor te schreeuwen. Dat is de mix waar de sport groot mee is geworden, voordat de gladde stadscircuits de dienst gingen uitmaken. Als Milei die deur echt openzet, teken ik direct.
Voorlopig blijft het bij een verzoek en een berg goede bedoelingen. De FIA heeft nu de bal, en die instantie staat er niet om bekend snelle beslissingen te nemen. Maar de eerste stap is gezet, en dat is meer dan Argentinië sinds 1998 kon zeggen. Ik hou mijn stopwatch alvast klaar.