Je zou denken dat het internet na zes jaar wel iets beters te doen heeft. Blijkbaar niet.
Claire Williams, de vrouw die jarenlang het Williams F1 Team leidde, krijgt nog altijd haatberichten in haar inbox. Meer dan zes jaar nadat het familiebedrijf van eigenaar wisselde. De voormalige viceteambaas maakte publiekelijk duidelijk hoe klaar ze ermee is, en ze verpakte dat in taal die je niet snel in een persbericht terugleest.
De boodschap was kort en onmiskenbaar. Ze ontvangt nog steeds gemene berichten via internet, en haar reactie daarop was een welgemeend scheldwoord richting de afzenders. Geen diplomatiek gedraai, geen PR-filter. Gewoon een vrouw die genoeg heeft van het gedoe.
Even de context, want die telt. Williams verkocht in 2020 het team dat haar achternaam draagt aan investeringsmaatschappij Dorilton Capital. Sindsdien staat ze niet meer aan het hoofd van de operatie. Toch blijft een deel van het publiek haar aanwijzen als kop van Jut, alsof de klok is blijven stilstaan in de zwaarste jaren van het team.
En die jaren waren zwaar. In 2018 en 2019 stond Williams pardoes onderaan in het constructeurskampioenschap, met een auto die op sommige circuits simpelweg te traag was. Wie de techniek een beetje volgt, wist dat het probleem dieper zat dan één persoon aan de top. Een
Formule 1-team is een machine met honderden radertjes, van de aerodynamica-afdeling tot de windtunnel. Zoiets fiks je niet met een boze tweet.
Waarom die haat blijft plakken
Hier wordt het ongemakkelijk. Want de aanhoudende stroom berichten laat iets zien over de motorsportwereld waar we liever van wegkijken. Vrouwen aan de top krijgen een ander soort kritiek dan mannen. Niet over strategie of over de keuze van een technisch directeur, maar persoonlijk, laag en vaak ronduit vrouwonvriendelijk.
Vergelijk het even. Als een mannelijke teambaas een lastige periode doormaakt, gaat de discussie over cijfers, over de auto, over beslissingen op de pitmuur. Kritiek hoort erbij in deze sport, en terecht. Maar de toon die Williams zes jaar na haar vertrek nog steeds over zich heen krijgt, gaat ver voorbij een inhoudelijk oordeel.
Het pijnlijke is dat de Formule 1 zichzelf graag presenteert als moderne, inclusieve sport. Regenboogcampagnes, diversiteitsprogramma's, mooie woorden in gelikte video's. Ondertussen krijgt een van de weinige vrouwen die ooit een team leidde nog altijd bagger in haar inbox. Die twee dingen passen slecht bij elkaar.
Wat dit zegt over de fans
Laten we eerlijk zijn: het overgrote deel van de fans is prima volk. Mensen die om vijf uur 's ochtends opstaan voor een race in Australië, die het verschil tussen onderstuur en overstuur kunnen uitleggen, die met liefde over techniek praten. Dat is de kern van deze sport en dat verdient alle waardering.
Maar er zit een randje bij dat zich verschuilt achter een schermnaam. Anoniem, dapper achter een toetsenbord en volledig losgezongen van hoe je met een mens omgaat. Dat de haat na zes jaar niet is verdwenen, verklapt genoeg. Ging het echt om Williams' prestaties, dan was het na haar vertrek in 2020 gestopt. Het gaat om iets anders, en dat is niet fraai.
Williams heeft in haar tijd aan de top dingen goed en fout gedaan, zoals iedere teambaas. Ze hield een legendarisch merk overeind in financieel zware tijden en gaf jong talent een kans. Dat je haar keuzes mag bekritiseren, staat buiten kijf. Dat een deel van de berichten allang geen kritiek meer is, staat er net zo hard naast.
De vraag is wat de sport hiermee doet. Platforms kunnen filteren, teams kunnen zich uitspreken en fans kunnen elkaar aanspreken. Maar zolang online anonimiteit een vrijbrief blijft, verandert er weinig. Williams' frustratie is geen incident, het is een symptoom.
Wat mij betreft mag ze best een keer flink uit haar slof schieten. Ze heeft er alle recht toe. Zes jaar lang berichten krijgen voor een team dat je sinds 2020 niet eens meer bezit, dat vraagt om precies het scheldwoord dat ze gebruikte. En vooral om een stuk minder cynisme aan de andere kant van het scherm.
De motorsport draait om snelheid, techniek en lef. Niet om het kapotmaken van mensen die de sport jarenlang overeind hielden. Tijd dat een deel van het publiek dat eindelijk snapt.