Ze noemden hem de lelijkste auto ter wereld. Een kikker, een insect, twee auto's die in de mist op elkaar zijn gebotst. Maar wie de Fiat Multipla werkelijk begrijpt, ziet iets heel anders: een van de dapperste, slimste en meest geniale auto's die ooit is gebouwd. Dit is geen review. Dit is een liefdesverklaring. Laten we eerlijk zijn en beginnen bij de olifant in de kamer, of beter gezegd, de kikker op de weg. Ja, de Fiat Multipla ziet er vreemd uit. Hij prijkt steevast bovenaan elk lijstje van lelijkste auto's aller tijden. Hij heeft een gezicht dat, afhankelijk van je gemoed, doet denken aan een verbaasde kikvors, een buitenaards wezen dat net is geland, of een dolfijn die verkeerd is afgeslagen. Zijn koplampen lijken op oogbollen, willekeurig verspreid over een opgeblazen voorkant.
En toch. En tóch. Achter dat onmogelijke uiterlijk schuilt een auto van zo'n zeldzame intelligentie, zo'n compromisloze toewijding aan zijn eigenlijke doel, dat hij het verdient om niet bespot maar geëerd te worden. De Multipla is het levende bewijs dat schoonheid en genialiteit niet altijd hetzelfde zijn. Sterker nog: soms is de moed om lelijk te zijn juist de hoogste vorm van ontwerp. Sta me toe uit te leggen waarom deze auto een van de grootste miskende meesterwerken van de moderne autogeschiedenis is.
De onmogelijke opdracht
Om de Multipla te begrijpen, moet je begrijpen welke krankzinnige uitdaging aan de basis lag. Eind jaren negentig omarmden steeds meer Europese gezinnen het idee van de MPV, de ruimtewagen. Fiats toenmalige topman gaf zijn ontwerpteam een bijna onmogelijke opdracht: bouw een auto die zes volwassenen én hun bagage kan vervoeren, maar met een lengte van niet meer dan vier meter.
Bedenk even hoe absurd dat is. Vier meter is de lengte van een doorsnee compacte auto. Een moderne SUV die vijf mensen vervoert, is al gauw anderhalve meter langer. En Fiat wilde er zés mensen in, plus koffers, in iets wat korter was dan menig hatchback. Het was een ruimtelijke puzzel van formaat, en de oplossing zou onvermijdelijk radicaal moeten zijn.
Zes volwassenen en hun bagage, in een auto van nog geen vier meter lang. Die onmogelijke opdracht dwong de ontwerpers tot radicale keuzes, en juist daaruit ontstond de genialiteit.
De man achter het meesterwerk
De ontwerper die deze handschoen oppakte, was Roberto Giolito. Onthoud die naam, want hier zit de heerlijkste ironie van dit hele verhaal. Dezelfde Roberto Giolito die de "lelijkste auto ter wereld" tekende, ontwierp een paar jaar later
de nieuwe Fiat 500 uit 2007: een van de meest geliefde en beeldschone auto's van deze eeuw. De man achter de mooiste retro-auto en de man achter de lelijkste avant-garde-auto zijn een en dezelfde persoon.
Dat is geen tegenstrijdigheid, maar juist de kern van Giolito's filosofie. Beide auto's komen voort uit precies dezelfde overtuiging: dat vorm de functie moet volgen, met absolute moed. Bij de 500 leidde dat tot schoonheid; bij de Multipla tot iets veel dappers. Giolito verwoordde het zelf prachtig toen hij zei dat de Multipla een ongewoon idee vertegenwoordigde, dat stond voor warmte en eenheid, en dat we hem misschien nu pas echt begrijpen omdat hij zijn tijd te ver vooruit was om geaccepteerd te worden.
Het geniale geheim: de dubbeldekker
Hoe loste Giolito de onmogelijke ruimtepuzzel op? Met een reeks briljante ingrepen. De belangrijkste: in plaats van de auto lang te maken, maakte hij hem breed. Twee rijen van elk drie stoelen, zes zitplaatsen in slechts twee rijen. Geen krappe derde zitrij waar niemand wil zitten, maar drie volwaardige, naast elkaar geplaatste stoelen, voor én achter.
Het echte geheim school echter onderhuids, in wat een "dubbeldekker"- of "sandwich"-vloer wordt genoemd. Door slim te bouwen kon het grootste deel van de techniek ónder de cabinevloer worden weggewerkt, in plaats van erin. Zo ontstond een verrassend ruime, hoge cabine op een compacte voetafdruk. En hier een detail waar liefhebbers stiekem trots op zijn: Mercedes-Benz claimde met veel bombarie het "sandwich floor"-concept bij de lancering van de A-klasse in 1998, maar de bescheiden Multipla was er in werkelijkheid een paar maanden eerder mee. De kikker versloeg de ster.
Elk detail doordacht
Wat de Multipla zo bijzonder maakt, is dat werkelijk niets aan het ontwerp toevallig was. Neem de bijna loodrecht staande zijruiten: die waren geen esthetische gril, maar een bewuste keuze om de cabine ruimer en minder claustrofobisch te laten aanvoelen, vooral op langere ritten. De enorme glasoppervlakken zorgden voor een licht, luchtig interieur en fantastisch zicht rondom.
Zelfs het beruchte, gespleten koplampcluster, precies dat "zeven oogbollen"-gezicht waar iedereen om lachte, was een doordachte oplossing op het gebied van ergonomie en veiligheid. En het interieur was al even revolutionair: door het ontbreken van een middentunnel kon het dashboard worden ontworpen als één centraal, compact bedieningseiland binnen handbereik van de bestuurder, met de versnellingspook hoog geplaatst en de instrumenten centraal. Alles ademde functie, ruimte en mensgerichtheid.
Er was zelfs een charmant verhaal achter de naam van een speciale uitvoering. De "6x6" verwees niet naar zeswielaandrijving, maar naar zes karakters die Giolito in 1998 tekende om te illustreren wie er allemaal in de Multipla paste: de ontdekkingsreiziger achter het stuur, het kind dat vooraan in het midden droomt van racen, de manager die op zijn laptop een deadline haalt, en zo verder. De auto was ontworpen rond mensen en hun levens, niet rond een stijlideaal.
Niets aan de Multipla was toeval. De rechte ruiten, de gekke koplampen, het centrale dashboard, elk vermeend "lelijk" detail was in werkelijkheid een doordachte oplossing voor een echt probleem.
Kunst, volgens het museum
Je hoeft mij niet op mijn woord te geloven dat de Multipla een meesterwerk is. Geloof het Museum of Modern Art in New York, een van de meest prestigieuze kunstinstellingen ter wereld. In 1999 nam het MoMA de Multipla op in zijn tentoonstelling "Different Roads", waarin het de auto roemde omdat hij zes passagiers echte ruimte bood ondanks zijn kleine buitenmaten.
Laat dat even bezinken. Terwijl autojournalisten en het grote publiek de auto uitlachten om zijn uiterlijk, hing hij in een museum voor moderne kunst als voorbeeld van vooruitstrevend, intelligent design. Zelden lagen de meningen over een auto zo mijlenver uit elkaar: publiekslieveling van de spotters, én museumstuk. Die polarisatie is precies wat groot, gedurfd design doet.
De tragische facelift
En dan komt het trieste hoofdstuk. In 2004 kreeg de Multipla een facelift, en Fiat deed precies het verkeerde: het maakte hem normaal. Het eigenzinnige, gespleten koplampcluster verdween, vervangen door een conventionelere, bravere voorkant. De bedoeling was de auto toegankelijker te maken voor het grote publiek dat afknapte op het uiterlijk.
Maar het resultaat was juist een verlies. Waar critici de eerste versie te gek vonden, kreeg de gefacelifte versie het verwijt juist te saai en karakterloos te zijn. Door zijn uniekheid weg te poetsen, verloor de Multipla zijn ziel, zonder er echt mooier op te worden. Het is een pijnlijke les: soms is het dapperder, en beter, om trouw te blijven aan een gedurfde visie dan om water bij de wijn te doen. De echte Multipla, de ware held van dit verhaal, is en blijft de originele bug-eyed versie van 1998.
Van mikpunt naar cultheld
De Multipla ging uit productie in 2010, en Fiat heeft nooit een directe opvolger gemaakt. Er is sindsdien, zoals liefhebbers graag opmerken, nooit meer een auto geweest die ook maar ín de buurt kwam van wat de Multipla probeerde te zijn. En zo hoort het misschien ook: sommige ideeën zijn te uniek om te herhalen.
Het mooiste is wat er daarna gebeurde. Langzaam maar zeker draaide de publieke opinie. Wat ooit een mikpunt van spot was, werd een cult-object. Er ontstonden fanclubs, jaarlijkse bijeenkomsten, online-gemeenschappen die de auto met hartstocht verdedigen, een hartstocht die de spotters nooit zullen begrijpen, simpelweg omdat ze nooit de moeite namen om in te stappen. De prijzen van goed bewaarde eerste-generatie-exemplaren beginnen voorzichtig te stijgen. De kikker heeft eindelijk zijn prins gevonden.
Waarom we van de Multipla houden
Dus waarom deze uitgebreide liefdesverklaring aan een auto die de meeste mensen lelijk vinden? Omdat de Multipla staat voor iets kostbaars en zeldzaams: de moed om anders te zijn. In een wereld waarin auto's steeds meer op elkaar lijken, waarin elk merk dezelfde veilige, grijze, gestroomlijnde vormen kiest, was de Multipla een schreeuw van eigenzinnigheid. Hij zette de functie, het menselijke, de ruimte, boven de ijdelheid van het uiterlijk.
Hij durfde lelijk te zijn om briljant te kunnen zijn. Hij gaf zes mensen comfortabel de ruimte in een auto zo lang als een hatchback. Hij werd geprezen door een kunstmuseum en uitgelachen door de massa, en droeg beide met dezelfde onverstoorbare eigenzinnigheid. Hij is, kortom, alles wat een auto interessant maakt.
De volgende keer dat je een Multipla ziet, met dat verbaasde kikkergezicht dat je aanstaart in het verkeer, lach hem dan niet uit. Glimlach naar hem. Want je kijkt naar een van de dapperste, slimste en eerlijkste auto's die ooit is gemaakt. Een auto die precies wist wat hij was, en die zich nooit heeft verontschuldigd. En dat, beste lezer, is een vorm van schoonheid die dieper gaat dan welk plaatwerk dan ook. Lang leve de Multipla, de mooiste lelijke auto die ooit bestond.