Er was een tijd dat je een splinternieuwe Porsche kocht voor het geld van een nette middenklasser. Wie vandaag een instap-Porsche wil, is fors duurder uit dan de liefhebber van vijftig jaar geleden, zelfs na een royale correctie voor inflatie. Dat blijkt uit een vergelijking van Jalopnik, dat de prijslijsten van 1976 naast die van 2026 legt. De uitkomst is even simpel als pijnlijk: Stuttgart is niet alleen duurder geworden, het is ook verder weggegroeid van de gewone koper. De droom van toen past simpelweg niet meer in het prijskaartje van nu.
Neem de 914, de instapper van weleer. Die middenmotor-sportwagen kostte in 1976 precies 7.260 dollar, omgerekend circa 6.700 euro. Reken je dat bedrag met vijf decennia inflatie om naar geld van nu, dan kom je volgens de vergelijking uit op 43.740 dollar, zo'n 40.200 euro. Toch is er in 2026 geen enkele nieuwe Porsche voor dat bedrag te koop. Niet één.
De goedkoopste Porsche van dit moment is de Macan, met een vanafprijs van 67.750 dollar, omgerekend circa 62.300 euro. In dat bedrag zit overigens al een bestemmingstarief van 2.350 dollar (ruim 2.100 euro), de bijdrage die de fabrikant rekent om de auto bij de dealer te krijgen. Het gat met de oude 914 bedraagt daarmee ruim 22.000 euro bovenop de inflatie. Dat is geen afrondingsfout meer. Dat is beleid.
Van volks-Porsche naar premium-SUV
De vergelijking is bewust eenvoudig van opzet. Jalopnik nam de Amerikaanse catalogusprijzen uit 1976, rekende ze door met vijftig jaar inflatie en legde ze naast de prijslijst van 2026. Geen trucjes met opties of trimniveaus, gewoon de goedkoopste auto van toen tegen de goedkoopste van nu. Juist die nuchtere aanpak maakt de uitkomst zo confronterend.
De 914 was trouwens nooit bedoeld voor de happy few. Het was een open tweezitter met de motor middenin, aangeboden als toegangspoort tot het merk: een auto voor kopers die meer wilden dan een gewone gezinsauto maar geen 911 konden betalen. De puristen keken op hem neer, het publiek kocht hem massaal. Precies zoals een instapper hoort te werken.
Naast de 914 stond in 1976 ook de 912E op de Amerikaanse prijslijst, als duurdere weg in het merk. Hij kostte destijds 10.845 dollar, omgerekend net geen 10.000 euro, wat volgens de vergelijking neerkomt op 65.339 dollar in het geld van 2026. Zelfs die tweede instapper, omgerekend circa 60.100 euro, blijft daarmee goedkoper dan de huidige instap-Macan.
De Macan mag dan de erfgenaam van de instapgedachte zijn, in prijs is hij dat allerminst. Waar de 914 kaal en eerlijk was, is de Macan een volwassen SUV vol technologie en comfort. Maar de analyse laat zien dat het verschil groter is dan uitrusting alleen kan verklaren. Porsche heeft zich in een halve eeuw bewust omhoog bewogen, van sportwagenmerk met een vriendelijke instap naar luxefabrikant. En die beweging lees je terug in elke regel van de prijslijst.
De les uit de cijfers is dubbel. Enerzijds is de dollar van toen simpelweg meer waard geweest dan die van nu, en dat verklaart een flink deel van het verschil. Anderzijds blijft er een gat van duizenden euro's over dat niets met inflatie te maken heeft en alles met strategie. Porsche verdient vandaag per auto simpelweg meer, en de klant accepteert dat klaarblijkelijk.
Wat de Porsche-prijzen echt zeggen
Toegegeven, inflatiecorrectie blijft een kwestie van rekenen met gemiddelden. Kies je een iets andere methode of wisselkoers, dan krijg je iets andere bedragen. De conclusie verandert er niet door: de goedkoopste Porsche van nu ligt fors boven de inflatiegecorrigeerde prijs van die van toen.
Er zit ook een eerlijke kant aan het verhaal. De auto van 2026 is veiliger, schoner en sneller dan welke 914 of 912E ook, en de keuze voor een SUV als instapper zegt vooral iets over wat kopers tegenwoordig willen. Niemand in 1976 had een vijfdeurs gezinsmodel van ruim zestig mille als instap-Porsche kunnen uitleggen. Nu is het de normaalste zaak van de wereld.
Voor de liefhebber resteert een troost. Wie destijds een 914 kocht en hem koesterde, rijdt nu in een gezochte klassieker waar menig Macan-rijder nog een vraagteken bij zet. En wie vandaag een Macan bestelt, betaalt gewoon mee aan de legende. Stuttgart begreep altijd al dat schaarste verleidt. Alleen is de echte inflatie van de afgelopen vijftig jaar niet die van het geld, maar die van de droom.