Nog maar eens een autofabrikant die ontdekt dat de elektrische revolutie niet te bestellen is als een extra setje wielen.
Bentley trekt zijn plan voor een uitsluitend elektrisch gamma in 2030 in. Topman Frank-Steffen Walliser liet in een gesprek met The Drive weten dat het Britse merk niet langer volledig elektrisch wil zijn tegen het einde van dit decennium. En daarmee valt een van de meest prestigieuze beloftes uit de auto-industrie van de afgelopen jaren in duigen.
Even terugspoelen. Bentley was jarenlang het schoolvoorbeeld van hoe een oude luxeclub zich kleedde voor de toekomst. Er zouden stekkerhybrides komen, daarna volledig elektrische modellen, en in 2030 zou de verbrandingsmotor bij Crewe definitief het museum in. Mooi verhaal. Prachtige PowerPoint. Alleen blijkt de klant met drie ton te besteden minder haast te hebben dan de communicatieafdeling. En die klant is bij Bentley de enige rechter die telt.
Meer details gaf Walliser voorlopig niet, en dat is op zichzelf al opmerkelijk. Als je zo'n belofte vol vertrouwen doet en hem een paar jaar later inlevert, dan verwacht je een nieuwe routekaart. Een nieuw jaartal. Iets. Maar het merk houdt het bij de mededeling dat 2030 dus niet langer heilig is. Wat er wel op de planning staat, blijft vooralsnog een open vraag.
Wie wint en verliest bij Bentley
De winnaar, zo lezen wij dit, is de bestaande Bentley-klant. De verzamelaar met een garage in Londen, een appartement in Dubai en een zomerhuis aan het Comomeer. Die doelgroep heeft keer op keer laten zien dat een V8 of een W12 met het juiste geluid en de juiste geschiedenis aantrekkelijker is dan stille acceleratie. Voor een merk dat leeft van emotie en exclusiviteit is dat geen kleinigheid. Je kunt geen auto verkopen op basis van wat volgens de planning zou moeten.
De verliezers? Dat zijn er twee, al is dit leeswerk, geen boekhouding. Ten eerste de fabrikant zelf, want zo'n publieke draai kost geloofwaardigheid. Een merk dat zijn toekomstplannen aankondigt als onvermijdelijk en ze vervolgens parkeert, geeft concurrenten munitie. Rolls-Royce, Ferrari en Lamborghini kijken nu met opgetrokken wenkbrauwen naar Crewe. Ten tweede de politiek, die graag met dit soort merken pronkte als bewijs dat elektrificering onstuitbaar was. Dat bewijs is hiermee een stuk minder sterk.
Voor Bentley ligt de logica extra scherp. Dit is geen volumeproducent die miljoenen auto's moet slijten. Dit is een merk dat op jaarbasis tienduizenden exemplaren bouwt, met marges die afhangen van maatwerk, leer, hout en het gevoel dat je iets koopt wat niet iedereen heeft. Als die doelgroep zegt: ik wil nog even een verbrandingsmotor, dan heb je drie opties. Je negeert ze. Je probeert ze te overtuigen. Of je past je plan aan. Bentley koos de derde optie, en eerlijk gezegd is dat de enige die de balans respecteert.
Let ook op de stijl van de mededeling. Geen persbericht met een trots getimmerde kop, geen groot evenement, maar een opmerking van de topman in een interview. Dat is de klassieke manier om slecht nieuws klein te houden: laat het doorsijpelen, geef geen nieuwe deadline, en hoop dat de volgende nieuwscyclus het overneemt. Dat is geen verwijt, het is vakwerk. Maar het verraadt wel dat Crewe precies weet hoe dit overkomt.
Bentley volledig elektrisch gamma 2030 onzeker
Toch blijft er een wrange bijsmaak. Want wat zegt dit over alle andere beloftes uit de industrie? Als een merk met de middelen, het prestige en de klantenkring van Bentley zijn elektrische deadline niet haalt of niet wil halen, wat moet je dan denken van merken met minder geld en meer druk? De boodschap is helder: de overgang naar elektrisch rijden komt er wel, maar het tempo wordt niet bepaald door persberichten. Het wordt bepaald door kopers. En die zijn koppiger dan welk marketingteam dan ook dacht.
Voor jou als rijder verandert er vandaag weinig. De dealer verkoopt gewoon auto's, de prijzen zijn nog steeds astronomisch, en wie nu een Bentley bestelt hoeft niet te vrezen dat hij binnenkort met een verouderd product zit. Maar houd dit moment even vast. Het is het moment waarop een van de grootste namen uit de industrie openlijk toegaf dat de toekomst langer duurt dan gepland. En zo'n bekentenis hoor je niet vaak. Zeker niet uit Crewe.