Fiat bouwt een auto op basis van een Citroën die ooit op een paraplu op wielen leek. Wat kan er misgaan. Fiat werkt aan een kleine elektrische stadsauto die Koala moet gaan heten en technisch verwant is aan de volgende Citroën 2CV. De auto staat op het E-Car-platform van Stellantis en wordt volgens meerdere bronnen rond 2028 verwacht, met een richtprijs van ongeveer 15.000 euro. Een prijs voor de Nederlandse of Europese markt ontbreekt nog.
Het opvallendste zit hem in wat Fiat er niet van wil maken. Stel je voor dat ze een zelfbedacht gedrocht hadden losgelaten: een hoekige blikken doos met koeienogen als koplampen, een dak dat lijkt te zijn opgevouwen door iemand met een hekel aan symmetrie, en bumpers zo robuust dat je er een schuur mee kunt rammen. Precies die vrijheid om iets wild lelijks te maken hebben ze bij Fiat, en toch kiezen ze bewust voor terughoudendheid. Geen heruitgave, geen knipoog naar vroeger.
De naam Koala is inmiddels geen gerucht meer. Volgens Fiat heeft het merk de naam als merknaam beschermd, en Fiat-CEO Arnauld Belloni verklaarde dat Koala nu aan Fiat toebehoort. Hij zei het zo: "Koala behoort voortaan aan Fiat toe. We hebben een Koala, een Panda en een Grizzly." Een hele dierentuin dus, en dat is geen toeval.
Waarom geen retro-Eend
De verleiding om een retro-Eend te bouwen moet enorm zijn geweest. De 2CV is een icoon, en iconen verkopen zichzelf. Toch kiest Fiat bewust de andere kant op. Ontwerpchef François Leboine sloot een puur nostalgische vormgeving zoals bij de Citroën 2CV uit, en topman Belloni maakte duidelijk dat de auto geen retro-revival wordt. Geen heruitgave van een oude auto, punt.
Wat het dan wel wordt, houdt Fiat nog bewust vaag. Leboine zei er dit over: "We geven de onderkant van ons gamma een nieuwe vorm. Vandaag is dat de Pandina, maar ook de 500. De rijpheid van het 2CV-concept is evident, en we volgen precies dezelfde lijn. We tonen het op het juiste moment." Vertaald naar mensentaal: ze weten het, maar je mag het nog niet zien.
Dat de Koala toch familietrekjes krijgt, ligt voor de hand. Naar verluidt leent de auto ontwerpkenmerken van de Panda, met mogelijk hoekige vormen en robuuste proporties zoals bij de Grande Panda. Dat is gerucht, geen bevestiging. De ontwerpchef liet bovendien doorschemeren dat de Koala stijlelementen zou kunnen overnemen van winnende inzendingen uit een eerdere E-Car-ontwerpwedstrijd voor Italiaanse studenten.
Interessant is de positie binnen het merk. Fiat zet de Koala onder de Grande Panda en de Grizzly in zijn modellenreeks, als volledig elektrische tegenhanger van de Pandina met verbrandingsmotor. De elektrische Fiat zou aanvankelijk naast de benzine-Panda worden aangeboden. Fiat wil namelijk ook een goedkope instapper houden voor mensen die nog niet aan elektrisch rijden willen.
De prijs is het echte wapen
Hier wordt het pas spannend. Meerdere bronnen noemen een verwachte vanafprijs van ongeveer 15.000 euro, en in Stellantis-kringen viel recent diezelfde richtprijs. Dat is geen toevallig getal. Het is de prijs waarmee je de Chinese instappers op de stoep probeert te houden en waarmee een nieuwe EV weer in beeld komt voor de gewone automobilist.
Meer nadruk op bruikbaarheid, zo omschrijft men de Koala, gericht op prijsbewuste kopers. Minder show, meer boodschappentas. De auto zou minder dan 3,80 meter lang worden, al is juist de lengte een punt waar de bronnen flink uiteenlopen. De een houdt het op 4200 mm, de ander op 3700 mm, en weer een ander op 3760 mm. Dat scheelt een halve parkeerplaats, dus dat cijfer moet nog hard worden.
Wie denkt dat zo'n lage prijs uit de lucht komt vallen, vergist zich. Het E-Car-platform van Stellantis is er juist op gebouwd om compacte, eenvoudig opgebouwde en relatief goedkoop in Europa te produceren auto's mogelijk te maken. Dat platform kun je aanpassen aan verschillende carrosserieën en merkkarakters. De Koala en de nieuwe 2CV plukken allebei de vruchten van die gedeelde basis.
Brussel bouwt mee aan de Koala
Wat veel mensen niet doorhebben: deze hele categorie auto's bestaat deels bij de gratie van nieuwe Europese regels. De Europese Commissie werkt aan een voertuigcategorie met de naam M1E, bedoeld om goedkope Europese elektrische auto's mogelijk te maken. Die categorie is deels geïnspireerd op de Japanse kei-auto's, de minuscule stadsautootjes die daar al decennia het straatbeeld bepalen.
De M1E-regels stellen eisen die precies passen bij een auto als de Koala. Voertuigen moeten maximaal 4,2 meter lang zijn, elektrisch aangedreven, en in Europa geproduceerd. Daar staat iets tegenover: minder strenge veiligheidseisen. Dat scheelt gewicht en geld, en dus kom je dichter bij die magische 15.000 euro.
En er is nog een lokkertje voor de fabrikanten. De M1E-regels bieden zogenoemde supercredits, waarmee autobouwers hun CO2-voetafdruk op papier kunnen verlagen. Vrij vertaald: wie zo'n goedkope EV bouwt, ziet zijn papieren CO2-plaatje er vriendelijker uitzien. De wettelijke randvoorwaarden voor die nieuwe klasse zijn overigens nog niet definitief vastgesteld.
Techniek: bijna alles is nog gissen
Hier moet ik eerlijk zijn: over de techniek van de Koala is nauwelijks iets bevestigd. Er zijn nog geen concrete technische gegevens bekend, en Fiat heeft niets van de rondzingende cijfers officieel gemaakt. Accucapaciteit en WLTP-actieradius van de Koala ontbreken simpelweg. Wie je daar harde getallen over hoort geven, gokt.
Wat er wel circuleert, blijft gerucht. Voor zowel de Fiat als de Citroën wordt gesproken over accu's van ongeveer 25 tot 35 kilowattuur, waarschijnlijk met goedkope LFP-cellen. De WLTP-actieradius zou dan ergens tussen 200 en 300 kilometer uitkomen. Genoeg voor de stad en het ommeland, niet voor de jaarlijkse rit naar de Côte d'Azur.
Ook het vermogen is nog koffiedik kijken. Voor auto's die vooral voor stadsverkeer bedoeld zijn, wordt in verband met de E-Car-klasse gesproken over 40 tot 50 PS. Varianten voor breder gebruik zouden met ongeveer 60 tot 90 PS kunnen komen. Dat zijn geen cijfers waar je mee pronkt op een kruispunt, maar dat is ook het punt niet. Deze Koala wil geen indruk maken, hij wil gewoon betaalbaar blijven.
Wat er op het spel staat
De inzet is groter dan één klein autootje. Fiat probeert met de Koala het onderste segment terug te veroveren, de plek waar Europese merken de afgelopen jaren bijna massaal zijn weggelopen omdat er te weinig aan te verdienen viel. Juist in dat gat duwen de Chinese fabrikanten nu hun goedkope EV's. De Koala is Fiats antwoord daarop.
De timing is krap. De Koala wordt rond 2028 verwacht, en volgens sommige bronnen uiterlijk dat jaar. Eén bron noemde zelfs een presentatie al in 2027, maar ook dat staat niet vast. Tegen die tijd moet de M1E-categorie rond zijn, moet het platform leveren wat het belooft, en moet die 15.000 euro echt die 15.000 euro blijven. Dat laatste is bij nieuwe EV's zelden het geval.
Als Fiat het voor elkaar krijgt, dan heeft Europa er eindelijk weer een betaalbare elektrische stadsauto bij die niet uit een Chinese fabriek rolt. Lukt het niet, dan is de Koala gewoon weer een mooie belofte op een persbericht. Voorlopig geloof ik pas in die 15.000 euro als er een bestelformulier bij ligt. Tot die tijd is de Koala vooral een naam, een platform en een hoop goede bedoelingen.
In het kort: Fiat Koala, kleine elektrische stadsauto
Prestaties: nog niet bevestigd; geruchten spreken over accu's van circa 25 tot 35 kWh en 40 tot 90 PS, Fiat heeft niets bevestigd.
Vanafprijs: naar verwachting ongeveer 15.000 euro; geen specifieke prijs voor de Nederlandse of Europese markt bekend.
Wat je echt moet weten: Fiat bouwt bewust geen retro-Eend maar een betaalbare EV die moet concurreren met goedkope Chinese stadsauto's.