Waterstof blijft de brandstof van overmorgen, maar overmorgen wordt kennelijk steeds kleiner. De nieuwste Nederlandse waterstofprognose voor 2040 is ongeveer 57 procent lager dan de raming van nog maar twee jaar geleden. Waar de eerdere prognose uitging van circa 460 petajoule, daalt de herziene versie naar ongeveer 200 PJ, zo meldt Cleantechnica-analist Michael Barnard op basis van het nieuwe plan.
Dat is geen marginale bijstelling, maar een inhoudelijke erkenning dat de waterstofdroom uit beleidsdocumenten en praatjes van energiebedrijven tot 2023 simpelweg niet klopte. Ruim de helft van de voorspelde vraag verdwijnt met één pennenstreek van tafel. Vraag je dan ook af waar die eerdere 460 PJ eigenlijk vandaan kwam.
Tegelijkertijd verschuift het fundament van het energiesysteem stevig richting de stekker. Elektriciteit levert volgens het nieuwe plan in 2040 maar liefst 52 procent van de eindenergie, citeert Barnard. Direct elektrisch wordt dus de hoofdmoot, en waterstof degradeert van hoofdspeler naar figurant. Precies de volgorde die energierekenaars al jaren prediken.
De waterstofprognose op twee manieren lezen
Nu is het verleidelijk om dit als het einde van waterstof te framen. Dat is het niet. De herziene raming veronderstelt namelijk nog steeds een groei van 54 procent ten opzichte van de huidige vraag: van circa 130 PJ nu naar ongeveer 200 PJ in 2040, zo staat in de cijfers die Barnard onder de loep nam. Nederland raamt de waterstofvraag in 2040 dus alsnog ruim boven het huidige verbruik. De update verlaagt de verwachting, maar begraaft de brandstof niet.
Dat spanningsveld is interessant. Enerzijds halveert de verwachte rol van waterstof, anderzijds moet de productie- en distributieketen alsnog fors groeien om die bescheiden 200 PJ überhaupt te halen. Iedereen die nu denkt dat waterstofinfrastructuur overbodig wordt, leest de cijfers te snel. Iedereen die denkt dat waterstof straks je cv-ketel, je auto en je barbecue aandrijft, leest ze helemaal niet.
Wat betekent dit voor de auto op waterstof?
Voor de autowereld heeft deze correctie een duidelijke boodschap. De ruimte die waterstof in 2040 nog inneemt, gaat vrijwel zeker naar toepassingen waar batterijen echt tekortschieten: zware industrie, chemische processen, wellicht delen van de scheepvaart. Personenauto's staan op dat prioriteitenlijstje allang niet meer bovenaan. De fabrikanten die vol inzetten op batterij-elektrisch krijgen hiermee munitie; de waterstofhooggestemden krijgen een rekenvoorbeeld.
En eerlijk is eerlijk: dat is geen verrassing. De efficiëntieketen van een waterstofauto, van electrolyzer via transport en tankstation naar de brandstofcel, levert per ingeponste kilowattuur grofweg een kwart tot een derde van de kilometers op die een accu uit dezelfde stroom haalt. Wie eindenergie schaars en duur maakt, kiest vanzelf voor de kortste keten. De Nederlandse planmakers lijken die som nu ook te maken.
Toch is er een kanttekening te plaatsen bij het optimisme rond die 52 procent elektriciteit. Een prognose is geen netcongestieplan. Meer dan de helft van alle eindenergie uit het stopcontact halen, vergt een elektriciteitsnet dat nu al op slot zit in grote delen van het land. De papieren transitie is eenvoudig; de koperdraadtransitie is dat niet. Hier wordt het echte gevecht gevoerd door netbeheerders met graafmachines, niet door rapporteurs met rekenmodellen.
Waterstofprognose: reëler, maar nog niet realistisch
Blijft de vraag of 200 PJ wel het definitieve antwoord is. Geschiedenis leert dat waterstoframingen vooral één richting kennen als ze worden herzien: omlaag. De sprong van 460 naar 200 PJ in twee jaar tijd suggereert dat de modellen van 2023 gewoon te rooskleurig waren, en niets garandeert dat de huidige waterstofprognose de bodem is. Daalt de kostprijs van groene waterstof niet snel genoeg, dan kan een volgende update de 54 procent groei die nu nog in de boeken staat eveneens afserven.
Voor de lezer die hier alleen een auto zoekt: dit is goed nieuws voor de EV en slecht nieuws voor wie wacht op een waterstof-Polo. De energierekening van 2040 wordt volgens dit plan in hoofdzaak elektrisch afgerekend, en waterstof krijgt een bijrol waar het chemisch of industrieel echt niet anders kan. Geen spectaculaire omwenteling, maar een stille correctie die eigenlijk al tien jaar in de lucht hing. De cijfers lopen nu eindelijk achter de fysica aan. Het was tijd.