Niets zo vermakelijk als een gigant die om bescherming smeekt terwijl hij zelf jarenlang riep dat concurrentie gezond is.
Chinese automerken hebben in Europa bijna 11 procent marktaandeel veroverd, vooral dankzij plug-inhybrides. Dat aandeel is in een jaar tijd zowat verdubbeld. En het pijnlijkste voor Volkswagen: de Tiguan plug-inhybride, jarenlang een vaste waarde bovenaan de verkooplijsten, is uit de top verdwenen. Chinese PHEV's hebben hem voorbijgestreefd.
Voor Volkswagen is dat geen detail maar een symbool. De Tiguan was niet zomaar een model, het was het bewijs dat de Duitsers wisten wat de Europese koper wilde. Nu blijkt de Europese koper vooral te willen wat goedkoper en beter uitgerust uit China komt rollen. VW reageert zoals elke marktleider die zijn kroon voelt wankelen: door in Brussel aan te kloppen voor hogere importheffingen op Chinese plug-inhybrides.
Laten we die zet even naast de retoriek van vroeger leggen. Jarenlang predikte de Duitse auto-industrie de vrije markt, want zelf verkochten ze massaal in China en verdienden ze daar bakken geld. Nu de wind draait, klinkt opeens de roep om tarieven. Vrije markt is fijn zolang je wint. Zodra je verliest, heet het plotseling oneerlijke concurrentie.
Waarom hogere heffingen nu op tafel liggen
De logica van Volkswagen is simpel. Elektrische auto's uit China krijgen al te maken met verhoogde EU-invoertarieven, maar plug-inhybrides vallen buiten die regeling. Precies dat gat gebruiken de Chinese merken nu handig. Ze verkopen een PHEV die technisch net genoeg benzinemotor heeft om de zwaarste heffingen te ontwijken, en ondertussen groeit hun aandeel gestaag door.
VW wil dat Brussel dat gat dicht en de tarieven ook op plug-inhybrides van toepassing verklaart. Op papier klinkt dat als eerlijke concurrentie herstellen. In de praktijk is het een noodgreep van een fabrikant die zijn eigen huiswerk niet op tijd af had. Want de Chinese modellen zijn niet alleen goedkoop, ze zijn vaak ook nog eens beter uitgerust en verder in de software.
En daar zit de kern van het probleem. Een importheffing verhoogt de prijs van de concurrent, maar maakt jouw eigen product niet beter. Als klanten wegblijven omdat de Tiguan minder te bieden heeft dan een Chinese rivaal, lost een tarief dat niet op. Het rekt hooguit de tijd. Tijd die VW hard nodig heeft, maar die de Chinese merken juist niet gunnen.
Europese bouwers zitten dubbel klem
Wat de situatie extra zuur maakt: Europese autobouwers zitten van twee kanten vast. Thuis knabbelen de Chinese merken hun marktaandeel weg, en op de Chinese markt zelf krijgen ze nauwelijks een voet aan de grond. Ooit was China de melkkoe van Volkswagen, Mercedes en BMW. Die tijd is voorbij.
De Chinese consument kiest steeds vaker voor eigen merken, met sterke elektrische aandrijving en scherpe prijzen. De Europese premiummerken die daar decennialang de dienst uitmaakten, kijken toe hoe hun verkoop krimpt. En dan komen diezelfde merken thuis erachter dat de aanvaller inmiddels op de eigen oprit staat.
Er lijkt geen makkelijke uitweg. Tarieven kopen tijd, maar geen liefde van de klant. En als je op je grootste exportmarkt tegelijk terrein verliest, kun je de rekening niet eindeloos naar Brussel doorschuiven. De echte oplossing is minder aantrekkelijk om over te vergaderen: betere auto's, snellere software en scherpere prijzen. Precies datgene waar de Chinese merken nu op scoren.
Voor de gewone automobilist is dit verhaal trouwens niet alleen maar somber. Meer concurrentie betekent doorgaans meer keuze en scherpere prijzen. De plug-inhybride is voor veel zakelijke rijders nog altijd een prima tussenstap, met elektrisch rijden voor het dagelijkse woon-werkverkeer en een benzinemotor voor de lange ritten. Dat de Chinese merken die formule goedkoper aanbieden, is voor de koper vooral goed nieuws.
Wat dit betekent voor de koper
De vraag is dus niet of Chinese merken blijven, maar hoe hard Europa terugvecht en of dat via de portemonnee van de klant gaat. Hogere heffingen kunnen die goedkope Chinese PHEV alsnog duurder maken. Dan betaalt uiteindelijk de consument voor de trage reflexen van de gevestigde bouwers.
Volkswagen roept om bescherming. Begrijpelijk. Maar wie zijn best-seller kwijtraakt aan een concurrent, kan beter in de spiegel kijken dan naar Brussel. De markt heeft gesproken, en die spreekt tegenwoordig een beetje Chinees.