Een auto een naam geven lijkt simpel, tot je bedenkt dat die naam in tientallen talen wordt uitgesproken. Dan blijkt jouw stoere, avontuurlijke modelnaam ineens plat schuttingtaal in een ander land. Over de grappigste en pijnlijkste naamblunders in de autowereld, met een hoofdrol voor de beroemde Mitsubishi Pajero.
Autofabrikanten geven miljoenen uit aan het bedenken van de perfecte modelnaam: krachtig, avontuurlijk, begeerlijk. Maar ze opereren wereldwijd, en een woord dat in de ene taal prachtig klinkt, kan in de andere iets volstrekt anders, en soms ronduit gênants, betekenen. Het resultaat is een reeks legendarische blunders. Laten we beginnen met het beroemdste voorbeeld.
De Mitsubishi Pajero
Mitsubishi had de beste bedoelingen. De grote, stoere terreinwagen werd vernoemd naar de pampaskat (Leopardus pajeros), een wilde bergkat uit Zuid-Amerika. Avontuurlijk, robuust, precies wat je wilt bij een offroader. Er was alleen één probleem, en het was een groot probleem.
In het Spaans is "pajero" namelijk ook platte straattaal, een scheldwoord dat verwijst naar iemand die aan zelfbevrediging doet. Je kunt je voorstellen dat een dure, prestigieuze terreinwagen die in heel Spanje en Latijns-Amerika bij wijze van spreken "De Rukker" heet, niet bepaald lekker in de markt lag. Voor Mitsubishi was het een pijnlijke ontdekking.
Mitsubishi vernoemde de Pajero naar een stoere Zuid-Amerikaanse bergkat. Helaas is "pajero" in het Spaans ook een plat scheldwoord, waardoor de dure terreinwagen een gênante bijklank kreeg.
Drie namen voor één auto
Mitsubishi loste het probleem pragmatisch op: de auto kreeg simpelweg verschillende namen in verschillende markten. In de Spaanstalige landen (en enkele andere) werd de Pajero omgedoopt tot Montero, wat "bergjager" betekent, een veilige en toepasselijke naam. In Groot-Brittannië reed dezelfde auto weer rond als de Shogun.
Zo kon het gebeuren dat precies dezelfde terreinwagen onder drie verschillende namen door de wereld toerde: Pajero, Montero en Shogun. Voor Mitsubishi was het een dure les in de kracht van lokalisatie, en voor de rest van ons een blijvend vermakelijk verhaal.
De Pajero staat niet alleen
Het mooie, of pijnlijke, is dat Mitsubishi bepaald niet de enige is die in deze val trapte. De autogeschiedenis staat vol met vergelijkbare taalkundige missers, en sommige zijn minstens zo vermakelijk.
Neem de Honda Fitta, een kleine auto die eind jaren negentig op de markt zou komen. Tijdens de voorbereiding ontdekte men dat "fitta" in het Zweeds en Noors een vulgaire aanduiding is voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Honda schrapte de naam haastig en doopte de auto om tot Jazz (in Europa) en Fit (in andere markten). Een ontsnapping op het nippertje.
En zo zijn er meer. De Toyota MR2 klonk in Frankrijk problematisch, omdat "MR deux" uitgesproken verdacht veel lijkt op "merdeux", oftewel "poeperig" of "waardeloos". En ook oudere gevallen zoals de Ford Pinto kregen in bepaalde markten een ongelukkige bijklank, omdat het woord in het Braziliaans-Portugees platte straattaal bleek.
Honda schrapte de naam "Fitta" op het laatste moment toen bleek dat het in het Zweeds en Noors een vulgair woord was. De auto werd omgedoopt tot Jazz en Fit.
De hardnekkige mythe: de Chevrolet Nova
Eén beroemd verhaal verdient een nuance, want het is grotendeels een broodje aap. Vaak wordt verteld dat de Chevrolet Nova in Latijns-Amerika slecht verkocht omdat "no va" in het Spaans "hij rijdt niet" betekent. Het is een prachtig verhaal, en het wordt eindeloos naverteld als schoolvoorbeeld van een naamblunder.
Maar de werkelijkheid is dat de Nova in Spaanstalige markten gewoon prima verkocht. "Nova" wordt als één woord uitgesproken en begrepen (het betekent gewoon "nova", zoals de ster), en niemand hoorde daar automatisch "no va" in, net zomin als een Nederlander bij het woord "notabene" aan "nota" en "bene" apart denkt. Het is een mythe die te mooi is om waar te zijn, en juist daarom onuitroeibaar. Zelfs in de wereld van naamblunders moet je dus oppassen met wat je gelooft.
De les voor de fabrikanten
Deze verhalen zijn niet alleen vermakelijk; ze bevatten ook een serieuze les. In een geglobaliseerde wereld, waarin een auto in tientallen landen en talen wordt verkocht, is het controleren van een modelnaam op ongelukkige betekenissen een absolute noodzaak geworden. Grote fabrikanten hebben tegenwoordig hele teams en taalkundige bureaus die elke potentiële naam natrekken in tientallen talen en dialecten.
En toch blijft het misgaan, want taal is levend, grillig en zit vol regionale straattaal die zich niet altijd laat voorspellen. Wat vandaag onschuldig lijkt, kan morgen in een bepaalde regio een dubbele bodem krijgen. Het perfect benoemen van een auto blijkt, keer op keer, verrassend lastig.
Een naam is nooit zomaar een naam
De Pajero en zijn lotgenoten herinneren ons eraan dat een automodel niet alleen wordt verkocht op basis van hoe het rijdt of eruitziet, maar ook op basis van hoe het klinkt, in elke taal waarin het wordt uitgesproken. Een verkeerde naam kan een geweldige auto belachelijk maken, en een fabrikant dwingen tot dure omdopingen.
Dus de volgende keer dat je een stoere terreinwagen ziet met "Montero" of "Shogun" op de achterklep, weet je nu dat daar een pampaskat en een gênant Spaans misverstand achter schuilgaan. Het is een geruststellende gedachte: zelfs de grootste, rijkste autofabrikanten ter wereld maken soms de meest menselijke, en meest lachwekkende, fouten. Ze zijn tenslotte ook maar mensen, die af en toe vergeten even de vertaling op te zoeken.