Niets zo bevrijdend voor een autofabrikant als een verlies van ruim 2,6 miljard euro: dan mag je eindelijk zeggen wat je altijd al tegen je leveranciers wilde zeggen.
Honda vraagt zijn toeleveranciers om hun onderdeelprijzen drastisch te verlagen, met kortingen tot 30 procent voor sommige componenten. De aanleiding is even eenvoudig als pijnlijk. De verwachte verliezen in het EV-bedrijf lopen volgens Reuters op tot boven de 11 miljard euro, mede door geannuleerde elektrische modellen en teruggeschroefde plannen.
En dus mag de toeleveringsketen bloeden. In totaal wil Honda in vier jaar ruim 8,5 miljard euro besparen, tegen 2030 oplopend tot omgerekend zo'n 9,2 miljard euro. Dat blijkt uit interne documenten die Reuters inzag en die door een bron werden bevestigd. Een flinke operatie dus, en eentje die niet vrijwillig zal verlopen.
De besparingsoperatie richt zich op drie strategische categorieën: gestanste en gesmede onderdelen, elektrische componenten en softwareonderdelen. Juist daar moet het met 30 procent goedkoper. Leveranciers kregen volgens de berichten niet alleen een brief op de mat, maar persoonlijke uitleg en individuele besparingsdoelen opgelegd.
Geen collectief verzoek, maar maatwerk. Zo weet elke leverancier precies hoe hard hij geknepen gaat worden. Handig voor Honda, minder gezellig voor de inkoopafdelingen aan de overkant van de tafel.
Honda gebruikt China als drukmiddel
De pijnlijke ironie is dat Honda tegelijk een kaart speelt die de Japanse leverancierswereld als bedreiging zal lezen. De fabrikant wil meer gestandaardiseerde onderdelen inkopen bij Chinese leveranciers. Officieel om de inkoopkosten te drukken, maar iedereen begrijpt de boodschap: een breder leveranciersaanbod verhoogt de concurrentiedruk.
Wie niet wil verlagen, kan worden vervangen door een partij uit China die het wel doet. Dat is een strategische zet met een lange nasleep. De Japanse auto-industrie draait al decennia op hechte, bijna familiaire banden tussen fabrikanten en hun toeleveranciers. Die relaties zijn duur, maar leveren ook kwaliteit en betrouwbaarheid op.
Door nu openlijk met China te schudden, zet Honda dat hele systeem onder druk. De vraag is wat er overblijft van die relaties als de besparingen zijn geboekt. Leveranciers die nu 30 procent inleveren, investeren straks misschien ook 30 procent minder in de relatie.
De aanleiding voor dit alles is het elektrische avontuur dat duurder uitpakte dan gepland. De vraag naar volledig elektrische auto's bleef achter bij de eerdere verwachtingen van Honda, en de fabrikant schat de EV-verliezen op maximaal omgerekend 15 miljard euro. Modellen werden geannuleerd, plannen afgeblazen.
Het gevolg is dat Honda zich nu sterker richt op hybrides, het segment dat het eigenlijk nooit had willen verlaten maar wel even aan de kant schoof. Dat avontuur blijkt duur. Heel duur.
Japanse autofabrikanten onder druk
Honda staat er niet alleen voor. De hele Japanse auto-industrie heeft het zwaar. De winsten werden volgens de Japanse pers vooral geraakt door Amerikaanse handelstarieven en hogere materiaalkosten. Concurrent Nissan deed het in hetzelfde boekjaar dat eindigde in maart 2026 nog slechter dan Honda, met een verlies van omgerekend ruim 3,2 miljard euro.
Toch laat Nissan zien dat er ook een andere route bestaat. De fabrikant verbeterde zijn operationele resultaat in het eerste kwartaal met bijna 1 miljard euro, tot een operationele winst van ruim 470 miljoen euro. Ook Nissan zit dus midden in een keiharde sanering, maar boekt daarmee in ieder geval zichtbaar resultaat.
Dat is de maatstaf waaraan Honda nu wordt afgerekend. Mooie besparingsplannen op papier zijn één ding, zwarte cijfers leveren is twee.
Wat dit verhaal zo vertelt over de industrie, is hoe snel de rollen zijn omgedraaid. Vijf jaar geleden kondigde elke fabrikant met trots miljardeninvesteringen in elektrische auto's aan. Nu zijn het dezelfde fabrikanten die met een blok om naar hun leveranciers lopen om het verschil bij hen te halen.
De EV-droom is niet dood, maar de rekening wordt inmiddels keurig doorgeschoven naar de zwakste schakel in de keten. En die schakel draagt een naamplaatje van een leverancier.
Voor jou als rijder verandert er voorlopig weinig. Een Honda wordt er niet direct goedkoper of duurder van. Maar let op de lange termijn. Als leveranciers structureel 30 procent moeten inleveren, gaat dat ergens vandaan komen.
Minder materiaalkwaliteit, minder ontwikkeling, of gewoon faillissementen bij kleinere toeleveranciers. De besparing van vandaag is de terugroepactie of de kwaliteitsklacht van overmorgen. Honda koopt tijd met dit plan. De vraag is tegen welke prijs, en vooral: wie die uiteindelijk betaalt.