Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.
Laten we er niet omheen draaien: als de Britse regering inderdaad een autobelasting op basis van gewicht invoert, schrijft ze daarmee het doodvonnis van de laatste resten van haar eigen auto-industrie.
Land Rover bouwt zijn auto's nog altijd in Groot-Brittannië, en het zijn precies die zware terreinwagens die onder zo'n taks het allerhardst worden geraakt. Een belasting die je eigen industrie straft terwijl de import lachend wegkomt: je verzint het niet.
Het gerucht komt van de Conservative Party, die beweert dat minister van Financiën John Healey in de begroting van 28 oktober 2026 een heffing op basis van gewicht overweegt. Officieel is er niets aangekondigd, dat moet meteen gezegd worden. De waarschuwing stamt van de oppositie en kwam via de Daily Mail naar buiten, dus een gezonde dosis scepsis is op zijn plaats. Maar het idee zelf bestaat wél, en het is gedetailleerder dan je zou hopen.
"Het lijkt erop dat Labour zich voorbereidt om automobilisten op de begroting met nóg een belasting te treffen, door de breedte van ieders buitenspiegels op te meten en ze een rekening voor het formaat te sturen", aldus transportwoordvoerder Richard Holden van de Conservatives in de Daily Mail. Grappig geformuleerd, zeker. Maar achter de spot over spiegels schuilt een serieus industrieel probleem.
Wie zwaar weegt, betaalt de hoofdprijs
Transport & Environment stelde vorig jaar voor om bij aankoop een eenmalige belasting van £10 (ruim €11,50) per kilogram te heffen op benzine- en dieselauto's zwaarder dan 1,600 kilogram en op elektrische auto's boven de 2,000 kilogram, berekend op basis van het rijklaargewicht. Dat is dus geen wild plan van een oppositiepartij op zoek naar koppen, maar een uitgewerkt voorstel dat nu als inspiratie rondzweeft.
Reken even mee met de voorbeelden die een document van Transport & Environment zelf noemt. Een Land Rover Defender: £7,540 (ongeveer €8.800) aan extra belasting. Een BMW X5 PHEV: £9,050 (zo'n €10.600). Een BMW iX: £5,610 (bijna €6.600). Wie bescheiden rijdt, komt er relatief goed vanaf: een Renault Captur PHEV kost £280 (om en nabij €330) extra, een Ford Kuga £1.120 (ruim €1.300) en een Nissan Ariya £1.200 (circa €1.400). Het patroon is glashelder. Hoe groter en zwaarder de auto, hoe pijnlijker de rekening.
Transport & Environment voert daar ook argumenten voor aan. Volgens het rapport belasten veel Europese landen voertuigen aanzienlijk zwaarder dan het Verenigd Koninkrijk, en zou het aanpakken van die zogeheten onderbelasting bijna £2 miljard (ruim €2,3 miljard) per jaar kunnen opleveren. Voor een schatkist die om geld verlegen zit, klinkt dat ongetwijfeld verleidelijk.
Een taks op de eigen industrie
En hier komt het sterkste tegenargument: waarom zou een grote, zware auto niet gewoon meer mogen bijdragen? Dat klinkt redelijk, tot je kijkt wie de rekening uiteindelijk betaalt. Juist de auto's die nog op Britse bodem worden gebouwd, zoals de Defender met zijn ruim €8.800 aan extra heffing, krijgen de zwaarste klappen. Terwijl lichte geïmporteerde modellen met een paar honderd euro wegkomen, hang je de producten van Jaguar Land Rover een straf van duizenden euro's aan de voorruit. En de thuismarkt is voor Jaguar Land Rover geen bijzaak; het is het fundament onder het merk. Wie daar de verkoop van de zwaarste en meest winstgevende modellen ontmoedigt, zaagt aan de poot van zijn eigen industrie.
Die bijna €2,3 miljard aan opbrengst weegt daar simpelweg niet tegenop. Je kunt niet tegelijk beweren dat je de Britse industrie wilt beschermen en vervolgens een belasting ontwerpen die vrijwel chirurgisch precies de auto's raakt die het Verenigd Koninkrijk nog zelf maakt. Dat is geen groen beleid, dat is industriële zelfmutilatie met een belastingstempel erop.
Wat er dus moet gebeuren? Healey zou vóór 28 oktober 2026 glashelder moeten maken dat deze taks er niet komt. Wil Londen iets doen aan steeds zwaardere auto's, prima, maar dan niet met een heffing die de eigen productie straft en de concurrent uit het buitenland beloont. Anders houdt Labour inderdaad de spiegels op de maat, en de Britse auto-industrie de deksel op de neus.