Niets zo spannend als een fabrikant die zich openlijk zorgen maakt over de prijzen van de buurman.
BMW trekt hardop de zakelijke logica van sommige Chinese autoprijzen in Europa in twijfel. Volgens topman Nedeljković zijn die prijzen niet alleen onhoudbaar, maar ook regelrecht gevaarlijk.
De kern is simpel. BMW betwijfelt of sommige Chinese auto's die hier voor een appel en een ei worden aangeboden ooit winst opleveren. Nedeljković noemt de prijzen van een deel van die modellen economisch onzinnig, en waarschuwt dat zulke onbegrijpelijke prijsstelling een gevaar vormt voor de hele markt.
Dat is een pittige uitspraak van een merk dat zelf zelden aan de kant van de goedkoopste staat. Maar de redenering snijdt hout. Wie structureel onder de kostprijs verkoopt, koopt marktaandeel dat niemand anders kan bijbenen. En als die prijzen kunstmatig laag zijn, dan is het geen concurrentie meer, maar een uitputtingsslag met een ongelijke portemonnee.
Brussel kijkt allang mee. Op in China geproduceerde elektrische auto's rekent de Europese Unie al extra invoerheffingen, die volgens Noticias automotivas per fabrikant variëren van 17 procent tot 35,3 procent. Die tarieven bovenop de reguliere importheffing moeten het prijsvoordeel deels wegnemen. Of dat lukt, is de vraag.
Waarom BMW liever geen hogere tarieven wil
Hier wordt het interessant, want BMW pleit juist niet voor hogere muren. Nedeljković wil onderhandelen in plaats van de heffingen verder op te schroeven. Zijn voorkeur gaat uit naar vrijwillige prijsafspraken tussen de EU en China, boven een handelsoorlog met steeds hogere tarieven.
Dat klinkt nobel, en er zit ook eigenbelang achter. BMW steunt vrije handel en concurrentie, maar dan wel op eerlijke voorwaarden. Het merk vraagt volgens Supercarblog niet om hogere handelsbarrières, maar om een gelijk speelveld. Het verschil is subtiel en cruciaal: BMW wil de deur openhouden, niet dichtgooien.
Een dichte deur werkt namelijk twee kanten op. Nedeljković waarschuwt dat Chinese vergelding de Europese batterijcelvoorziening kan raken. China zou volgens hem de levering van batterijcellen aan Europa kunnen beperken, en dat is precies het onderdeel waar de hele Europese EV-industrie op leunt. Zonder cellen geen elektrische auto's.
Dat maakt BMW's positie logisch. Een merk dat massaal EV's bouwt en daarvoor grotendeels afhankelijk is van Chinese toeleveranciers, wil geen escalatie die de eigen productielijnen stillegt. Hogere tarieven klinken lekker beschermend, tot je fabriek geen accu's meer binnenkrijgt.
Wat de cijfers over Chinese autoprijzen verraden
Er speelt nog iets mee, en dat staat gewoon in het jaarverslag. BMW leverde in 2025 fors minder auto's in China dan in 2021. De leveringen daalden volgens BMW van 847.900 naar 626.000 stuks. Dat is meer dan 220.000 auto's minder op een van de belangrijkste markten ter wereld.
Die daling zet de zorgen van Nedeljković in perspectief. Als je op eigen bodem terrein verliest aan lokale fabrikanten, en diezelfde fabrikanten vervolgens met scherpe prijzen jouw Europese thuismarkt binnenkomen, dan zit je klem tussen twee vuren. De waarschuwing over onhoudbare Chinese autoprijzen is dus deels ook een noodkreet van een merk dat de druk van twee kanten voelt.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Nedeljković een punt heeft over de economie erachter. Structureel verlieslatende prijzen kunnen de concurrentie verstoren en protectionisme aanwakkeren, precies wat BMW zegt te willen vermijden. Als landen zich bedreigd voelen, grijpen ze naar tarieven, en dan is iedereen slechter af.
Het blijft een delicate balans. BMW koppelt lage prijzen aan risico's voor zowel de concurrentie als het handelsbeleid, en probeert Brussel richting de onderhandelingstafel te duwen. Of de EU en China daadwerkelijk vrijwillige prijsafspraken maken, is verre van zeker. Voorlopig gelden de tarieven gewoon, en blijven de Chinese autoprijzen laag.
Wat overblijft is een topman die openlijk hardop nadenkt over de spelregels van zijn eigen markt. Dat is zeldzaam eerlijk voor de auto-industrie. Of het gepolijst eigenbelang is of oprechte zorg, doet er nauwelijks toe. De onderliggende vraag is dezelfde die iedere autokoper zich zou moeten stellen: als een prijs te mooi lijkt om waar te zijn, wie betaalt dan uiteindelijk het verschil? En dat antwoord blijft voorlopig ongemakkelijk open.