Nederlanders bellen niet vaker in de auto dan vorig jaar, ze worden er alleen veel beter bij betrapt.
De telefoonboetes schoten tussen mei en augustus 2026 met ruim 56 procent omhoog, van 79.329 naar 123.930 geregistreerde overtredingen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat in die vier maanden 2.770.296 verkeersovertredingen registreerde, meer dan in dezelfde periode van 2025. Een indrukwekkende stapel bonnen, maar de echte winnaar van deze oogst is geen agent op een motor. Het is een grijze paal langs de weg.
Wie de cijfers van het CJIB uitsplitst, stuit meteen op de pikantste draai: de automobilist is helemaal niet opeens wilder gaan bellen. De telefoonregistraties die niet via de zogenoemde focusflitser binnenkwamen, daalden juist, van 66.863 naar 62.314, een daling van 6,8 procent. De stijging van de telefoonboetes komt volgens het CJIB dan ook volledig op het conto van die ene verplaatsbare slimme camera. Geen golf smartphoneverslaafde snelweghelden dus, maar simpelweg betere ogen langs de weg.
Telefoonboetes: focusflitser verslaat de agent
Die ogen zijn er ruimschoots. Er staan ongeveer veertig focusflitsers langs Nederlandse wegen, camera's die automatisch meekijken in je auto om te bepalen of je een telefoon vasthoudt. Razend efficiënt ook: waar de focusflitser een jaar eerder goed was voor 12.466 registraties, tikte de teller dit jaar af op 61.616. Daarmee levert de camera inmiddels 49,7 procent van alle telefoonfeiten. Bijna de helft, met slechts veertig apparaten. Zelfs de meest fanatieke motoragent haalt zulke aantallen niet op zijn dagelijkse rondje.
Vergelijk die explosie eens met het werk van vlees en bloed. De politie hield in dezelfde periode 197.341 verkeersovertreders staande, nauwelijks meer dan de 194.937 van 2025. Terwijl de camera zijn output vervijfvoudigde, bleef de menselijke handhaving vrijwel stilstaan. Logisch ook: een camera werkt 24 uur per dag, vraagt nooit om pauze en hoeft niet langs de berm te gluren of je telefoon op je schoot ligt. Maar het machtsevenwicht in de Nederlandse handhaving verschuift er wel door.
Ook roodlichtrijders kregen vaker post. Het aantal roodlichtboetes klom naar 81.277, tegen 67.718 registraties in dezelfde periode van 2025. Hier doemt dezelfde vraag op als bij de telefoonboetes: rijden we roekelozer, of kijkt er gewoon meer apparatuur mee? Zonder nadere specificatie blijft dat gissen, maar het patroon is bekend. Waar een camera staat, stijgt het aantal boetes, simpelweg omdat meer meten meer overtreders oplevert.
Het totaalbeeld is hoe dan ook fors. Bijna 2,8 miljoen overtredingen in vier maanden betekent ruim 23.000 bekeuringen per dag, omgerekend zestien per minuut. Ergens in die stroom zit de echt gevaarlijke cowboy, maar het overgrote deel is standaardwerk: even op je schermpje kijken bij het stoplicht, net te laat remmen voor rood. Klein spul, groot volume, en dus een stabiele stroom boetes richting de staatskas.
Wie wint dit machtsspel langs de weg?
De camera is officieel een veiligheidsinstrument, en dat hij iets teweegbrengt blijkt uit die dalende registraties buiten de flitser om: wie weet dat hij bekeken kan worden, houdt zijn telefoon vaker op zak. Tegelijkertijd is het instrument zo productief dat de verleiding groot is de dekking verder uit te breiden. Veertig camera's leveren nu al de helft van alle telefoonboetes op. Reken zelf uit wat er gebeurt als dat er honderd worden.
Die daling van 6,8 procent bij de overige registraties leent zich voor twee lezingen. Je kunt hem zien als bewijs dat de automobilist zich aanpast zodra de pakkans stijgt. Je kunt hem ook lezen als een plafond: de handhaving door agenten en traditionele controles leverde dit jaar juist minder op. Hoe je het ook draait, de menselijke factor verliest terrein aan de geautomatiseerde concurrent, en die kent geen dienstrooster en geen slechte dag.
Voor de automobilist is de les helder en niet nieuw: leg je telefoon weg. Voor Den Haag is de les net zo helder, maar ongemakkelijker. De spectaculaire stijging van de telefoonboetes is geen bewijs van onhandelbare Nederlanders, maar van succesvolle technologie. Wie dat door elkaar haalt, bouwt beleid op een beeld dat de eigen cijfers van het CJIB al weerleggen. De automobilist is nauwelijks veranderd. De camera is er gewoon beter in geworden.