Ergens in Phoenix staat deze week een Nissan Z met een dak dat je eraf kunt schroeven, alsof het weer 1987 is en de kassettebandjes nog warm van de fabriek komen. De Nissan Z Kaze is een eenmalig concept dat de T-top van weleer combineert met de techniek van de huidige Z, en hij wordt deze herfst tentoongesteld op twee evenementen in de Verenigde Staten. Wie hem in het echt wil zien, moet naar Arizona of Californie afreizen. Voor Europese liefhebbers blijft het, zoals zo vaak bij Japanse sportwagens, bij kijken vanaf deze kant van de oceaan.
De onthulling vond plaats tijdens ZCON in Phoenix, het jaarlijkse treffen van Z-liefhebbers, zo meldt Carscoops. Daar staat de Kaze tot en met 26 september. Daarna reist hij volgens Road and Track door naar de Japanese Classic Car Show in Long Beach. Twee Amerikaanse podia dus, en geen Europese hal of concours op de planning. De boodschap is duidelijk: dit is een eerbetoon aan de Amerikaanse Z-cultuur, die daar groter en luider is dan ooit tevoren.
Nissan Z Kaze brengt de T-top terug
De donor is een Nissan Z van modeljaar 2027, zo schrijft Carbuzz. Eentje met een zeventrapsautomaat, nota bene, geen handbak. Dat zal de puristen even doen fronsen, maar het is begrijpelijk: voor een showmodel maakt de versnellingspook weinig uit, en de automaat is de versie die in de VS de showrooms domineert.
Het dak is het pronkstuk. Twee verwijderbare glazen panelen met een centrale steunbalk, beschrijft Carscoops, en het vergrendelingsmechanisme is rechtstreeks geleend van de Z32 300ZX uit de jaren negentig. Pennen en een vergrendelbare hendel, meldt The Drive. Wie ooit in zo'n 300ZX heeft gezeten, herkent het geheel direct. De T-top debuteerde bij de Z-familie al in de jaren tachtig op de 280ZX, zo weet Autoweek, en werd daarna een handelsmerk van het model. Tot hij verdween, zoals zoveel vrolijke dakconstructies verdwenen toen de regelgeving en de stijfheidseisen strenger werden.
Verder kreeg de Kaze brede wielkasten en oldschool 18-inch Nismo-velgen, schrijft Autoblog NL. Nissan zelf noemt koolstofvezel, NISMO-wielen en tuninginvloeden uit de jaren negentig als de rode draad, aldus Road and Track. Tuningbedrijf GReddy leverde volgens Jalopnik een nieuwe uitlaat, inlaat en een front-mounted intercooler. Wat dat oplevert aan extra vermogen? Dat heeft Nissan niet bekendgemaakt, bevestigen zowel Autoblog als Autoexpress. Het gaat dan ook niet om de cijfers, maar om het gebaar.
Achter de Kaze zit geen marketingafdeling maar een intern skunkworks-team, een groepje medewerkers dat de auto als passieproject bouwde, zo beschrijft Nissan-topman Pandikuthira tegen The Drive. Dat verklaart misschien waarom het resultaat zo on-Nissan-achtig speels is. Espinosa, eveneens bij Nissan, omschrijft sportwagens als de kern van het merk. Dat klinkt als een uitspraak die een merk dat de GT-R uit de markt zag verdwijnen best mag onderschrijven met daden, en de Kaze is zo'n daad. Bescheiden, maar oprecht.
En dan de vraag die elke lezer bezighoudt: komt er een productieversie? De antwoorden lopen uiteen. Autoweek stelt dat de Kaze een eenmalig showmodel blijft en niet in productie gaat. The Drive en Car and Driver citeren Pandikuthira juist met de toezegging dat productie mogelijk is bij voldoende positieve reacties van fans. Lees: als het publiek in Phoenix en Long Beach luid genoeg juicht, wie weet. Het zou niet de eerste keer zijn dat een conceptauto door luidruchtige aanhang alsnog het asfalt haalt.
Waarom Europa opnieuw toekijkt
Voor Europa is dat voorlopig academisch. De tournee van de Kaze strekt zich niet verder uit dan Arizona en Californie, en van een Europese presentatie is niets bekendgemaakt. Wie hier een nieuwe Z wil zien, moet het doen met foto's en de verhalen van Amerikanen die hem wel in het echt zagen. Dat wrangt, want juist de T-top roept een tijd op waarin Japanse sportwagens ook hier gewoon op straat stonden, met eigenaren die de panelen in de kofferbak legden en gingen rijden.
Intussen werkt Nissan volgens The Drive aan een nieuwe GT-R, met 2030 als doeljaar. De Kaze past in dat plaatje als bewijs dat de sportwagenpassie in Tokio niet doof is, alleen wat stiller geworden. Een exemplaar, twee shows, een zee aan nostalgie. Soms is dat genoeg om de vlam brandend te houden, geschreven door engineers die duidelijk zelf ooit van zo'n auto droomden.