Je zou bijna denken dat de straten inmiddels vol staan met stekkerauto's, maar de werkelijkheid is een stuk nuchterder.
Batterij-elektrische auto's zijn goed voor 7,3 procent van het Nederlandse wagenpark. Dat meldt Autoweek op basis van cijfers van RAI Vereniging en BOVAG, die het wagenpark op 1 januari 2026 op ruim 9,8 miljoen auto's zetten. Preciezer: 9.824.079 voertuigen, waarvan er 721.149 volledig elektrisch rijden.
Dat klinkt als veel, en dat is het ook. Maar de keerzijde is minstens zo interessant: 92,7 procent van alle auto's op de Nederlandse weg heeft nog steeds een verbrandingsmotor aan boord. Of een hybride aandrijflijn met een uitlaat. De
EV-revolutie, om dat bejubelde woord maar een keer te gebruiken, is dus vooral nog een revolutie op de verkiezingsposters.
Wel is er groei, dat moet gezegd. Waar EV's begin 2025 nog goed waren voor 6,1 procent van het wagenpark, steeg dat aandeel binnen twaalf maanden met 1,2 procentpunt naar de huidige 7,3 procent. Stijgen is stijgen, zeker in een markt waar particulieren steeds huiveriger worden voor hoge aanschafprijzen.
Verbrandingsmotor verliest terrein
Wie het nieuws alleen van de EV-kant bekijkt, mist het echte verhaal. Het wagenpark verandert namelijk niet alleen aan de stekkerkant, maar ook aan de pomp. Volgens de analyse van Autoweek daalde het aantal niet-geëlektrificeerde benzineauto's in een jaar met 141.472 exemplaren, van 7.120.832 in 2025 naar 6.979.360 in 2026. Benzine blijft de grootste brandstof van het land, maar de krimp is duidelijk ingezet.
Diesel doet het nog dramatischer. Dat wagenpark kromp in één jaar met 86.591 auto's, van 701.416 naar 614.825 voertuigen. Diesel was ooit de keuze van de zakelijke rijder en de kilometersloper, maar dat tij lijkt definitief gekeerd. Wie nu nog diesel rijdt, doet dat vooral omdat de auto nog niet afgeschreven is.
En dan is er de hybride, de stille winnaar van dit hele verhaal. Terwijl iedereen kijkt naar de EV, groeide het hybride wagenpark in één jaar met maar liefst 301.324 auto's, van 1.105.598 naar 1.406.922 exemplaren. Dat is een grotere absolute groei dan de EV zelf liet zien. De gemiddelde Nederlander kiest kennelijk liever voor een compromis met een stekkertje-als-optie dan voor de volledige sprong.
Begrijpelijk, misschien. Een hybride vraagt geen enkele verandering in gedrag: geen laadpaal aan huis, geen routeplanning rond snelladers, geen zorgen over reële range in de winter. Je tankt gewoon zoals je dat altijd deed, alleen iets minder vaak. Voor een groot deel van Nederland is dat precies de brugtechnologie waar ze op zaten te wachten.
Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn over wat een hybride wél en niet is. Een gewone hybride rijdt het overgrote deel van de kilometers op benzine, met een elektromotor als hulpkracht. Hij verbruikt minder brandstof, maar hij is geen elektrische auto. In de statistieken van de energietransitie telt hij dan ook niet mee als zodanig, hoe graag sommige fabrikanten dat ook zouden willen.
Wat zegt dat EV-aandeel echt?
De echte conclusie uit deze cijfers is tweeledig. Aan de ene kant is de elektrische auto onmiskenbaar op mars: 721.149 exemplaren is geen niche meer, en met een groei van 1,2 procentpunt per jaar blijft het aandeel gestaag klimmen. Aan de andere kant duurt het bij dit tempo nog ruim een decennium voordat ook maar de helft van het wagenpark elektrisch rijdt.
Dat is belangrijk om in je achterhoofd te houden bij alle verhalen over de EV-transitie. Verkoopcijfers van nieuwe auto's vertellen een verhaal van percentages en aandelen, maar het wagenpark verandert veel trager. Een auto gaat gemiddeld meer dan tien jaar mee, en elke nieuwe EV moet dus concurreren tegen miljoenen bestaande auto's die nog prima rijden.
Voor de zakelijke rijder die twijfelt over de overstap: de infrastructuur en het aanbod zijn inmiddels volwassen genoeg. Voor de particulier zonder eigen oprit blijft het lastiger, en de groei van de hybride laat zien dat veel mensen die rekensom maken. De cijfers liegen er niet om. Ze zijn alleen minder spectaculair dan de marketingafdelingen van autofabrikanten je willen doen geloven.